WERVERSHOOF – Meer dan tachtig jaar na de crash van een Britse Whitley-bommenwerper in Wervershoof blijkt het verhaal van de bemanning nog altijd verrassende nieuwe hoofdstukken te bevatten. Een recent ontdekte brief uit 1946 werpt nieuw licht op het lot van sergeant John Glover Moriarty, een van de overlevenden van de crash. Uit de brief blijkt dat hij zich na het neerstorten van het vliegtuig twee dagen verborgen hield in een landbouwschuurtje voordat hij in Duitse handen viel.
De ontdekking werd gedaan tijdens onderzoek van Erik IJskes en Petra Koomen van Oorlogsmuseum Medemblik naar de crash van de Whitley BD201. Het toestel stortte in de nacht van 11 op 12 augustus 1942 neer in Wervershoof nadat het tijdens de terugvlucht van een bombardementsmissie boven Duitsland werd onderschept door een Duitse nachtjager. Uiteindelijk kwam de bommenwerper terecht op het land van een Wervershoofse boer.
Al jarenlang was bekend dat sergeant Moriarty de crash had overleefd en later krijgsgevangen werd gemaakt. Wat zich in de tussenliggende periode had afgespeeld, bleef echter onbekend. De onlangs gevonden brief van burgemeester Raat brengt daar verandering in.
Twee dagen verborgen
In de brief, gedateerd 6 maart 1946 en gericht aan Captain Franklin D. Coslett, beschrijft burgemeester Raat hoe Moriarty na de crash met een verstuikte enkel wist te ontkomen. Volgens de burgemeester hield de Britse vlieger zich twee dagen schuil in een landbouwschuurtje nabij de crashlocatie.
Toen hij uiteindelijk werd gevonden, verkeerde hij in slechte toestand. Hij was uitgehongerd en werd naar de woning van burgemeester Raat gebracht, waar mevrouw Raat hem van voedsel voorzag. Door voortdurende Duitse bewaking was het echter onmogelijk hem verder te helpen ontsnappen. Enkele uren later werd Moriarty door de bezetter meegenomen en afgevoerd als krijgsgevangene.
Nieuwe vragen
De inhoud van de brief roept tegelijkertijd nieuwe vragen op. Hoe kon een geallieerde vlieger zich twee dagen verborgen houden in de directe omgeving van het wrak? Wie wist van zijn aanwezigheid? En waarom heeft Moriarty later nauwelijks over deze periode gesproken?
Opvallend is dat in het zogeheten D-Mob-rapport dat Moriarty na zijn bevrijding opstelde, slechts kort wordt vermeld dat hij na zijn arrestatie een ontbijt kreeg aangeboden. Over de twee dagen onderduiken wordt met geen woord gerept. Mogelijk was de herinnering vervaagd, maar het is ook denkbaar dat hij deze ingrijpende gebeurtenis liever achter zich liet.
Juist deze open vragen laten zien dat zelfs ruim tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog nog nieuwe historische ontdekkingen mogelijk zijn.
Band tussen West-Friesland en Londen
Het onderzoek kreeg de afgelopen jaren bovendien een bijzondere menselijke dimensie. Via het onderzoek naar de crash kwamen Nederlandse onderzoekers in contact met Simon Moriarty, de zoon van John Glover Moriarty. Wat begon als een zoektocht naar historische feiten groeide uit tot een hechte band tussen de familie Moriarty en betrokkenen in West-Friesland.
In oktober vorig jaar bezocht de familie Moriarty voor het eerst de plek waar hun vader en grootvader in 1942 neerstortte. Voor de familie was het een emotionele ervaring om de locatie te zien waar een gebeurtenis plaatsvond die het verdere leven van Moriarty diepgaand heeft beïnvloed.
Tegelijkertijd kregen zij inzicht in hoe de oorlog werd beleefd in een bezet Nederlands dorp – een perspectief dat voor veel Britten minder bekend is.
De ontmoeting maakte zoveel indruk dat onlangs een tegenbezoek aan Londen volgde. Tijdens dat bezoek stonden de herinneringen aan de crash centraal, maar werd ook zichtbaar hoe geschiedenis mensen uit verschillende landen en generaties met elkaar kan verbinden.
Verhaal nog niet voltooid
Voor Simon Moriarty was de vondst van de brief bijzonder emotioneel. Niet alleen vanwege de nieuwe informatie over zijn vader, maar ook omdat daarin de namen voorkomen van mensen die destijds probeerden hulp te bieden. De brief onderstreept dat er midden in de oorlog inwoners waren die bereid waren grote risico’s te nemen om een geallieerde vlieger te helpen.
Het onderzoek is daarmee allesbehalve afgerond. Iedere nieuwe vondst lijkt nieuwe vragen op te roepen. De familie Moriarty onderzoekt inmiddels samen met betrokkenen de mogelijkheden om via het Imperial War Museum meer aandacht te vragen voor het verhaal. Daarbij wordt zelfs gedacht aan een documentaire waarin zowel het Britse als het Nederlandse perspectief centraal staat.
Ruim tachtig jaar na de crash blijkt het verhaal van de Whitley BD201 nog altijd niet voltooid. Een vergeten brief, een verborgen hoofdstuk uit de oorlog en een bijzondere band tussen Wervershoof en Londen zorgen ervoor dat de geschiedenis van deze bemanning opnieuw tot leven komt.












